Playoffs 2025-26 ronde 3: De sterktes en zwaktes van pionnen

De laatste avond van de playoffs was wat koeler dan de vorige week, hoewel het nog steeds wel een beetje warm was op het Buurtplein. De hitte trekt natuurlijk overal in na zo’n zonovergoten week, en het zou alleen maar warmer worden met de zinderende partijen die er werden gespeeld, onder andere voor het kampioenschap.

Maar omdat starten met de kampioenswedstrijd eigenlijk de clou weggeeft beginnen we voor de verandering eens aan de andere kant. Fereydoun mocht het met de witte stukken opnemen tegen Yannick. Er kwam een London op het bord, die Yannick lekker liet voor wat het was met een Konings-Indische opstelling. Dit liep tot zet 10 gelijk op, maar toen maakte Yannick een kleine fout.

Het probleem – en het gespeelde – is hier Ng5. Yannick vond de beste voortzetting met Nf4 (gevolgd door Nxe6 Nxe2+ Qxe2), maar aan het einde van het verhaal is het wel zo dat hij met f7 x e6 het paard eraf moet slaan en dat geeft twee problemen. Ten eerste: een dubbelpion op e6 en e5 is heel pijnlijk omdat het een achterwaartse pion is. Ten tweede: de loper op g7 staat nu tegen een statische e5-pion aan te kijken en moet wat capriolen uithalen om weer in het spel te komen.

De zwakte van de e6-pion was Fereydoun’s aanvaldoel, en na nog eens negen zetten staat het zo:

Yannick staat hier zeer oncomfortabel, hoewel de engine geen groter voordeel geeft dan net na de ruil op e6. Het is meer dat je kijkt naar de stelling en een paard op d8 ziet staan, en een dame op e8, en vergeet de aanval op h7 niet, plus, natuurlijk, e6. Fereydoun koos hier echter eieren voor zijn geld en zette het paard terug naar f3, wat eigenlijk alle aanvallen oplost voor het moment. Beter was misschien Be3 om de loper naar de andere kant te brengen en het paard te dekken.

De dodelijke fout werd echter op zet 25 begaan.

Wit staat hier wederom weer iets beter omdat Yannick ergens zijn koning naar voren had moeten halen. Met het gespeelde Qd8 (?!) geeft hij echter de dekking van de e6 pion op, en dat doet de hele stelling meteen in elkaar storten als ie er een zet of twee later afgaat. Dat er later nog een toren wordt geblunderd is eigenlijk minder van belang: de stelling was op dat moment al zo voordelig voor Fereydoun dat er behoorlijk zou moeten worden geschwindeld om er nog iets uit te halen voor zwart. 1-0.

Door naar de wedstrijd tussen Wim en Jan. In de Byrne-variatie van de Pirc kan Jan al snel e5 spelen, en doet dat dan ook.

Wim reageert hier met het incorrecte d5, maar na exf4, dxc6 bxc6 staat zwart heerlijk. De pion moet eigenlijk op worden gehaald, maar de zwarte loper op g7 is nu ijzersterk en b2 wordt zwak na bijvoorbeeld Rb8. Helaas koos Jan eieren voor zijn geld door weg te gaan met het paard. Hij wist wel de zwartveldige loper te verschalken, en de keuze van Wim om daar met het paard van e2 terug te slaan ipv de pion van h2 was ook onhandig aangezien hij net die zet ervoor lang had gerokeerd. (Gratis halfopen lijn is altijd wel leuk.)

Vanaf hier werd het uiteindelijk een partij met tegengestelde rokades, maar in tegenstelling tot wat vaak uit dat soort stellingen komt (Spektakel! Pionnenstormen! Offers!) was dit meer een tactisch en strategisch steekspel waarin beide spelers redelijk wat tijd verbruikten. Jan ging als eerste naar voren met de pionnen en dwong Wim tot krampachtig verdedigen:

De witte damevleugel is wat overbelast. Jan speelde echter iets behoudend met eerst zijn dame er rustig bij betrekken, hoewel Wim ook niet de sterkste zet (vaak Nc4) vond constant. Uiteindelijk werd het remise wegens zetherhaling in deze stelling:

Dit had niet gehoeven. De gewezen zet voor zwart is hier a3, en naar de stukken kijken laat zien waarom: de zwartveldige loper van wit is eraf. Dit betekent dat na a3 en een reactie van bijvoorbeeld b3, het veld op c3 opeens heel erg zwak is, en de zwarte dame staat al klaar om na het ruimen van de c-pion (via bijvoorbeeld c6 en slaan op d5) claim te leggen op dat veld. Niet de pion opspelen maar zwart laten slaan op b2 geeft natuurlijk ook problemen, want opeens is daar een halfopen lijn en een tochtige koning. Afijn, het was wat het was.

Helaas kon uw scribent de snelschaakpotjes niet volgen wegens een eigen partij die nog bezig was, maar de eindstand daar was Wim 0.5 – 1.5 Jan, dus Jan is daarmee vijfde geworden.

De strijd om het brons ging tussen Colijn en Lars, en hier ging het een hele andere kant op dan in de bovenstaande partijen. Er werd namelijk een gambietje op het bord gezet. Het Boedapester, om precies te zijn, en na een aantal zetten die gewoon theorie lijken komen we er op zet 7 in:

Lars speelde hier f6, en hoewel het volgens de engine de tweede beste zet van zwart is, moet uw scribent denken aan de woorden van GM Ben Feingold: Never play f6. Zwart ontwikkelt dan wel de dame met tempo, maar krijgt eigenlijk altijd problemen als er wordt gerokeerd op de langere termijn: de koningsvleugel mist wat pionnen, en de damevleugel heeft al een halfopen lijn waarnaar kan worden gekeken.

Het werd echter erger. In plaats van rokeren besloot Lars om eerst aan te gaan vallen, en dat was… Niet handig. De volgende stelling – Colijn heeft hiervoor e4 gespeeld – is al bijna +5 (!) voor wit.

Waarom is het dan +5? Omdat na de partij (15. exf5 hxg6 16. fxg3 Qxf5 17. Qxg5 Qxg5 18. Nxg5 Nge5) de boel er opeens zo uit ziet:

De zwarte koning staat nog in het midden, en dat is een probleem. Niet omdat er een matnet in zit, maar omdat de witte torens het centrum compleet onder controle houden, en dat betekent dat de koning altijd afgesneden zal zijn van de opstomende pionnen op de koningsvleugel, en de kleine stukken gaan er redelijk geforceerd af op korte termijn. Hetgeen ook geschiedde. 1-0.

Blijft over de kampioenswedstrijd. Een ingezonden verslag, wederom met mijn toevoegingen (tussen haakjes en schuingedrukt.)

Omdat beide spelers een gelijk kleursaldo hadden, bepaalde de toernooiranking (2e en 3e plaats) wie de kleur mocht kiezen. Als hoger geplaatste speler maakte Pieter gebruik van dit voorrecht door te kiezen voor de witte stukken.

Wie dacht dat Peter onvoorbereid aan de start verscheen, had het mis. Peter had zich in de weken voorafgaand aan de finale diep in de theorie begraven. Zijn gekozen wapen, de Pirc-verdediging, was niet zomaar een ingeving van het moment. Peter had deze specifieke opening onlangs nog aan een ultieme vuurdoop onderworpen tijdens het NK lightning. Na urenlang snelschaken tegen de top wist Peter exact waar de zwaktes en de kansen lagen. Hij kwam dan ook met een flinke dosis zelfvertrouwen achter het bord zitten. De Peter “Prep 5 minuten like Dubov” bijnaam is inmiddels niet meer van deze tijd!

(Tweemaal de Pirc op één avond? Amai.)

Pieter toonde direct zijn intenties met een scherpe variatie tegen de Pirc. In plaats van rustig te manoeuvreren, opende wit al op zet 5 het vuur in het centrum:

1. e4 d6 2. d4 Nf6 3. Nc3 g6 4. Bg5 Bg7 5. e5!

(Deze zet is wat onbekender dan de hoofdvariant 5. Qd2 – die Wim speelde tegen Jan – of het avontuurlijke 5. f4 wat een soort hybride variatie tussen de Austrian Attack en de Byrne Variation is. Het is ook een zet die wat goed nadenken vereist voor zwart: e5 komt vaak later of met meer voorbereiding van beide kanten.)

Deze vroege centrumvóórstoot dwong Zwart tot keuzes. Na de afruil op e5 besloot Pieter direct de dames van het bord te slaan (7. Qxd8+ Kxd8) waardoor zwart zijn koning op d8 moest parkeren. Hoewel de stelling objectief gezien in evenwicht was, nam Wit met 9. e6! een strategisch initiatief. Door deze pion op te offeren, werd de zwarte pionnenstructuur op de e-lijn volledig verminkt.

(Dit is overigens geen man overboord. In tegenstelling tot de e6 pion van Yannick heeft zwart hier nog verdedigers. Het gemis van de rokade is wel irritant, maar de loper op g7 doet lekker mee. Het offer op e6 is thematisch, en moet je mee bekend zijn als Pirc-speler. Voorts wil ik opmerken dat tot en met 9… fxe6 de partij compleet voorkomt in een theorieboek waarvan ik weet dat deze bekend is bij in ieder geval één van de spelers in de partij.)

Rond zet 11 tot 16 ontspon zich een interessant tactisch gevecht waarbij beide spelers elkaars stukken belaagden: Zwart counterde met 11… Bc6, jagend op de witte e4-ridder. Wit reageerde door de loper op te peuzelen via 12. hxg4. Na een reeks logische afruilen (14. Rxe4 hxg5 15. Rxh8+ Bxh8 16. Rxe6) was de materiële balans hersteld, maar de positionele schade voor Zwart was aanwezig. Zwart zijn structuur ziet er lelijk uit maar is heel solide.

(Als de rokade nog in de stelling was, was het helemaal mooi, maar dit is inderdaad prima te spelen voor zwart. De dubbelpion is wat lelijk en g6 is een beetje zwak, maar de koning kan makkelijk naar f7 toe bijvoorbeeld, of gewoon Ne5 spelen. Beide spelers hebben ook niet bepaald lastige vervolgzetten: paard ontwikkelen voor wit, toren voor zwart, en daarna het paard uit de weg van de toren halen om de d-lijn open te maken.)

Pieter had nog maar 50 minuten over. Peter leunde comfortabel achterover met maar liefst 1 uur en 15 minuten op de klok.

Zwart had de opening niet alleen overleefd, maar had ook een psychologisch en tijd voordeel in handen gedrukt gekregen.

De Beslissing: Een Fatale Misrekening

Net toen de partij zich leek op te maken voor een lange, positionele uitputtingsslag, sloeg het noodlot toe voor Zwart op de 20e zet. Met een intentie om stukken te ruilen speelde Peter: 20… Nd5?? Een fatale blunder. Zwart hoopte waarschijnlijk op activiteit in het centrum, maar Pieter miste deze unieke kans niet en reageerde direct met de counter 21. Rd3! Het zwarte paard stond nu gepend tegen de ongedekte toren op d8.

Peter probeerde de meubelen nog te redden met 21… c6, maar na het nuchtere 22. c4! was het vonnis getekend. Het paard op d5 zat onherroepelijk in de val omdat bij het wegzetten van het paard Bf7 een kwaliteit wint. (Uitschakelen verdediger, weglokking. Stap 3?) In een ultieme poging om de schade te beperken speelde Zwart nog 22… Rd6?, maar na 23. cxd5 cxd5 24. Bxd5 was het materiële verlies een feit.

Peter die erom bekend staat om door te spelen tot het bittere eind had helaas absoluut geen kans op tegenspel. Hij heeft een geweldig seizoen gedraaid maar kon de stunt om de nummer 1 & 2 te verslaan niet voltooien. Zo eindigde Pieter als winnaar van de play-offs en zal hij gekroond worden tot clubkampioen 2025-2026.

Zoals u heeft kunnen lezen heeft Pieter Molendijk dus de titel in de wacht gesleept. Hieronder nog even de volledige top 8 op volgorde.

1. Pieter Molendijk

2. Peter Houwink

3. Colijn Wakkee

4. Lars Klomp

5. Jan Jansen

6. Wim Huijbregse

7. Fereydoun Ibrahimy

8. Yannick Wattiau

En dat was het voor dit seizoen! Tot volgend jaar!

 

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.