In de wat-eigenlijk-de-laatste-ronde-zou-moeten-zijn-geweest speelde Kasteel Lekstroom 2 tegen Moira Domtoren 5. Toch wat dichterbij voor de uitploeg dan een Barendrecht of een Krimpen. Scheelt in de reistijd, en ook in de kansen om onderweg in de problemen te komen met files. Na een minuut stilte voor de overleden Jan Timman begon de wedstrijd op de 64 velden van de acht borden.
Meestal zou je verwachten dat Fereydoun als eerste klaar is, maar dat was niet zo deze keer. Die eer ging naar Hans Weerdenburg op het laatste bord. In een Stonewall werd er van alles geruild… Behalve pionnen. Het leidde tot een wat aparte opzet toen er na een zet of 15 nog geen pion was geruild. Uiteindelijk was de boel zo dichtgeschoven dat er voor beiden geen doorkomen meer aan was. Remise was dus het logische resultaat, Hans’ eerste van het seizoen, maar hij pakt de punten wel mee.

Wie ook punten pakt dit seizoen, is Fereydoun. Deze wedstrijd pakte hij vooral pionnen. Al vroeg ging er een extra pion bij de tegenstander af, en de tegenstander had ook geen enkele ruimte. De witveldige loper van zwart stond tegen de eigen pionnen aan te kijken van de achterkant, en meer van dat gedoe. In welke volgorde de stukkenruil en tweede pionwinst ook op het bord kwam maakt eigenlijk niet uit, het punt was binnen. 1.5 – 0.5 voor, en Fereydoun met nu met 3.5 punt uit 6.
De staartborden gingen door met vroeg klaar zijn, want Mieke was in een bizarre partij tot een resultaat gekomen. Op bord 7 had zij een onvervalst paard tegen drie pionnen. Zie je niet elke week. Het is wel altijd lastig om dan goede velden te vinden, zeker als er ook nog één of twee toren(s) aan beide kanten op het bord staan. Voor beide spelers, overigens: een paardvorkje zit er altijd in en zeker als er ook nog wat lijnen af worden gesneden! Uiteindelijk werd het toch remise, maar saai was het niet. 2-1
Op het hoogste witbord was invaller Joost bereid gevonden om de strijd aan te gaan. Tegen de tegenstander met de hoogste rating probeerde hij op allerlei manieren de stelling te slechten, met name met een paar lopers die richting vijandelijke koningsstelling keken, maar de tegenstander wist alles te pareren en Joost met een dubbelpion op te schepen. Die werd echter met een leuk tussenschaakje weggewerkt, en toen besloten beide heren tot remise in een koning-en-6-pionnen eindspel. (a-b-c, f-g-h voor Joost, a-b en e t/m h voor de tegenstander.) Ook niet onverdienstelijk. 2.5 – 1.5.
De stand werd helaas gelijk doordat Philips op bord 4 op moest geven. Hij had in het begin heel erg veel druk, met een dame en loper die ver in de vijandelijke stelling stonden te kijken en pennen, en een paard ter ondersteuning. Helaas leek er wat mis te gaan bij het verlaten van die stelling, want bij de volgende keer was al het initiatief weg, stond Philips een pion achter, en ook nog gedrongener. Dat is geen goed recept vaak, en ook hier niet. 2.5 – 2.5.
Het pijnlijkste resultaat was helaas voor Arie deze keer. Hij kwam goed te staan: zéér goed zelfs! Voor dat alles besloten beide heren echter eerst om het centrum daar te laten en bijna op z’n Benko’s over de a en b-lijnen te spelen:

Na alle verwikkelingen wist Arie een loper voor te komen, maar wel ten koste van een wat penibele stelling aan zijn kant van het bord. Op een cruciaal moment speelde hij de loper naar e7, waar de loper naar g7 gedwongen was, en dat kostte helaas de loper weer. Stelling gelijk, met toren + paard aan beide kanten.

Hier slaat zwart op e5, wat de boel gelijk houdt, maar de koning naar voren bewegen naar f4 geeft juist groot voordeel: er komen opeens matbeelden in via Kg3 en e5 valt wel via het paard, en omdat het paard op e5 ook f7 aanvalt zitten er geen aftrekschaakjes met voordeel in. Lastig te zien, maar een mooi voorbeeld van hoe roven niet altijd handig is. Ook dit was nog niet fataal, maar een stuk in de aanbieding doen een zet of 5 later echter wel… 2.5 – 3.5.
Jos Visser had op het vijfde bord al de hele middag problemen met de ontwikkeling. De loper op c8 stond daar volgens mij tot zet 25 omdat b7 terminaal zwak was, wat noodgedwongen de toren naar a7 deed bewegen, en dat alles kostte wat pionnen. Die wist Jos terug te winnen, en opeens leek er meer in te zitten… Tot er een penning in de stelling kwam en dat weer een loper kostte. Een wilde partij, maar ook een die helaas verloren ging. 2.5 – 4.5, matchpunten naar Utrecht.
Bleef over, uw scribent die nu voor de derde keer in zes (vijf, want één keer niet gespeeld) als laatste bezig was. In een geimproviseerde – van Sierd’s kant – Oost-Indische opening rokeerde de tegenstander de verkeerde kant op, en dat leidde tot een stelling waarin zwart helaas iets te veel spoken zag:

Hier werd veel gekeken naar het mooi-uitziende Pb4, maar de berekening zag over het hoofd dat de stoten d5 of a5, afhankelijk van de variant, het vermeende probleem van een tussenplaatsing op c4 compleet oploste. De gekozen voortzetting was niet veel slechter, maar het voordeel verwaterde vakkundig… Tot de tegenstander besloot om te offeren waar dat niet meer kon.
Er werd traditiegetrouw nog een poging gedaan om remise uit een gewonnen stelling te halen, maar dat werd niet gezien, en uiteindelijk werd er onder toeziend oog van ongeveer de helft van alle andere spelers mat gegeven. 3.5 – 4.5.
Hiermee zijn we nog niet veilig. We hebben het nog in eigen hand tegen De Scheve Toren, waar in ieder geval een aantal bordpunten moeten worden opgepikt, hoewel een wedstrijdpunt (of twee!) helemaal mooi zou zijn. Dat is op de 28e, we gaan het zien!
